woensdag, november 22 EN | BR

‘Toen ik elf jaar oud was, hoorde ik dat mijn vader ongeneeslijk ziek was. Negen maanden van ziekenhuisbezoeken, operaties en dokters over de vloer gingen voorbij. Dit leven was voor mij eigenlijk normaal geworden. Op een avond, terwijl ik op het punt stond om te gaan slapen, overleed mijn vader. Pas maanden na de begrafenis drong pas echt tot mij door wat er was gebeurd. Ik had geen papa meer die mij altijd liet lachen. Ik voelde mij zo alleen en eenzaam. Ik had het gevoel dat mijn vader mij in de steek had gelaten. Ik zocht liefde bij de verkeerde mensen, op de verkeerde plaatsen. Ik werd een totaal ander meisje en deed dingen die ik normaal gesproken nooit zou doen. Totdat ik in een situatie kwam dat ik moest kiezen. Ik kon ‘ja’ zeggen en een totaal ander persoon worden, of ‘nee’ zeggen en teruggaan naar de oude persoon die ik ooit was. Voordat ik zelf kon nadenken, kwam er iets in mij op om ‘nee’ te zeggen. Achteraf weet ik dat dit God was. Vanaf dat moment begon ik weer naar de kerk te gaan met een verlangend hart. Tijdens een van de jeugddiensten werd er voor mij gebeden en voelde ik alle boosheid, verdriet en eenzaamheid van mij afvallen. Gods liefde kwam weer tot mij. Ik wist weer dat ik een kind van God ben en dat Hij ook mijn Vader is.

Ik weet dat God mij nooit heeft verlaten en ook nooit zal verlaten.’

Delen.

Comments are closed.