donderdag, mei 13 EN | BR

2. De wondervangst

De discipelen moesten ook leren om God te vertrouwen op Zijn Woord. Ze maakten iets heel bijzonders mee. De Bijbel vertelt het zo:

Lukas 5:1-10
1 Op een dag was Hij bij het Meer van Galilea. De mensen drongen van alle kanten tegen Hem op, want zij wilden horen wat Hij over God zou vertellen. 2 Hij zag twee boten liggen die half uit het water waren getrokken. De vissers stonden iets verderop hun netten schoon te spoelen. 3 Jezus stapte in de boot van Simon en vroeg hem een stukje van de oever af te varen. Daarna ging Hij zitten om de mensen meer over God te vertellen. 4 Toen Hij was uitgesproken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar het meer eens op naar diep water en gooi daar jullie netten uit.’ 5 ‘Maar Meester,’ antwoordde Simon, ‘wij zijn de hele nacht aan het vissen geweest en hebben niets gevangen! Maar omdat U het zegt, zal ik het nog eens proberen.’ 6 Zij deden wat Jezus had gezegd en vingen zoveel vis dat hun netten begonnen te scheuren. 7 Zij wenkten de mannen in de andere boot om hen te komen helpen. Even later was in beide boten zoveel vis dat die bijna zonken. 8 Simon Petrus was hiervan zo onder de indruk dat hij voor Jezus op de knieën viel en zei: ‘Ga maar van mij weg, Here. Ik ben veel te slecht om bij U in de buurt te zijn.’ 9 De andere mannen konden het ook bijna niet geloven dat zij zoveel vis hadden gevangen. 10 Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten, wisten niet wat ze zagen. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang meer. Van nu af aan zul je een visser van mensen worden.’
Een hopeloze zaak
Jezus liep langs het meer van Galilea met heel veel mensen achter Zich aan die allemaal een nood in hun leven hadden. Terwijl Hij aan de waterkant voor deze groep mensen stond, viel Zijn oog op een ander groepje mensen, niet ver daarvandaan. Het was een groepje mensen dat teleurgesteld en ontmoedigd was. Zij hadden de hele nacht hard gewerkt. Ze hadden de hele nacht gevist, maar hadden niets gevangen. Van al dat harde werken konden ze helemaal niets laten zien. Hun boot was leeg. Hun netten waren vies en gescheurd. De rekeningen stapelden zich op. De hele zaak was hopeloos.

Jezus zag dat de vissers wanhopig waren en dat zij op de rand van de afgrond stonden, zowel geestelijk als financieel. In hun denken was het probleem onoplosbaar. En dat maakte hen somber, gedeprimeerd en bevreesd. Geen vis betekent geen verkoop. Geen verkoop betekent geen geld. Geen geld, maar wel rekeningen. ‘Hoe moet dat?’ ‘Hoe kom ik hieruit?’ ‘Hoe moet dit opgelost worden?’ ‘Hoe moet ik al mijn rekeningen betalen?’ Hoeveel mensen leven vandaag niet met dezelfde angst, vrees en wanhoop? Alles wat je kunt zien, zijn rekeningen, rekeningen en nog eens rekeningen.

Jezus’ gedachten tegenover de gedachten van de discipelen
Maar Jezus dacht anders. Hij dacht aan het wonder voor deze groep teleurgestelde mensen: een ‘wondervangst’ om in al hun noden te voorzien. Daarom was het voor hun eigen bestwil dat Jezus vroeg of Hij hun boot even mocht lenen. Hij vroeg hen om een beetje van wal te varen, zodat Hij tot al die mensen kon spreken. Jezus liet hen iets doen, waardoor zij hun denken op iets anders begonnen te vestigen dan alleen maar op hun mislukte inspanningen.

Nadat Jezus vanuit de boot tot de mensen gesproken had, draaide Hij Zich om en richtte Zich tot het groepje vissers. Nog altijd waren deze teleurgestelde vissers in Zijn gedachten. Hij herinnerde Zich hun wanhoop, hun lege boten en hun kapotte netten. Hij wist dat zij vele rekeningen hadden die nog betaald moesten worden en dat ze geen geld hadden. En dan zegt Jezus hun heel vrijmoedig: ‘Vaar het meer eens op naar diep water. En gooi daar jullie netten uit.’ Dan antwoordt Petrus: ‘Maar, Meester, wij zijn de hele nacht wezen vissen en hebben niets gevangen.’ Ziet u wat er hier aan de hand is? Hun gedachten waren gericht op hun harde werken zonder resultaat. Maar de gedachten van Jezus waren gericht op hun wondervangst. Hun gedachten waren gericht op het ondiepe water. De gedachten van Jezus waren gericht op het diepe water. Hun gedachten waren gericht op die lange, donkere, eenzame nacht waar niets goeds uit was voortgekomen. De gedachten van Jezus waren gericht op een heldere, zonnige dag waarop ze nog één keer moesten uitvaren en God zou voorzien in al hun noden.

Jezus dacht niet aan Zichzelf toen Hij vroeg: ‘Mag Ik jullie boot even lenen?’ Nee, Hij dacht aan de menigte mensen die aan wal stond te wachten. Zij hadden het evangelie nodig. En nu dacht Hij aan de vissers, toen Hij zei dat ze naar diep water moesten gaan en hun netten nogmaals moesten uitgooien. Jezus dacht aan hun nood, en aan hoe deze opgelost kon worden. Wat ben ik blij dat zij gehoorzaam waren en hun boot aan Jezus uitleenden! Wat was er gebeurd als zij door hun teleurstelling ‘nee’ hadden gezegd?

Geloof in actie
Toen Jezus zei: ‘Ga naar diep water en gooi daar je netten uit’, lieten zij precies zien waar hun gedachten op gericht waren: ‘We hebben de hele nacht gevist en niets gevangen!’ Maar gelukkig zeiden ze er meteen achteraan: ‘Maar op Uw Woord zullen we het doen.’ Wat ze hier eigenlijk mee zeiden, was: ‘Heer, we gaan terug naar Uw Woord. En we stoppen ermee om het op onze eigen manier te doen. We doen gewoon precies wat U gezegd hebt.’ Petrus zei met andere woorden: ‘Oké, ik doe het! En ik verwacht een wonder van U!’

Zo gezegd, zo gedaan. Met Jezus in de boot voeren ze vervolgens naar dieper water en gooiden hun netten uit. Door in gehoorzaamheid te doen wat Jezus zei, stelden zij hun geloof in werking om hun wondervangst binnen te halen. In luttele seconden zat het hele net vol met vis. Zo vol zelfs dat het dreigde te scheuren! Er was geen houden meer aan; de vissen bleven maar komen. De boot dreigde zelfs te zinken! Ze moesten een tweede boot erbij halen om hen te helpen de wondervangst binnen te halen. Dit is wat ik noem een ‘goede, gedrukte, geschudde, netscheurende, bootzinkende, overlopende lading’!

Jezus zien zoals Hij werkelijk is
Eerst voelde dit voor Petrus aan als een financieel probleem. Maar in feite was het een geestelijk probleem. Toen Petrus dit zag, zag hij voor het eerst wie Jezus écht was. Voorheen zag hij Jezus als een gewoon mens van vlees en bloed. En dat was Jezus ook. Maar Jezus is meer! En dat zag hij nu. Hij zag Jezus als Heer en Wonderwerker, als Degene die voorziet in al onze nood; de grote Voorziener. En het was hier op dit punt in zijn leven dat Petrus naar een diepere relatie met Jezus verlangde. Het zal midden in uw wonder zijn dat u Jezus zult zien zoals Hij werkelijk is. Het zal zijn in uw falen, in uw teleurstellingen, in uw crisissen dat Jezus u tegemoet komt en Zijn hand naar u uitstrekt en het wonder naar u toe brengt. Dán zult u Jezus zien zoals Hij werkelijk is.

1 2 3 4 5 6 7 8
Delen.

Comments are closed.

X