dinsdag, december 1 EN | BR

Vooropgesteld mogen we dankbaar zijn voor alle wetenschap en medicijnen die in dienst staan van de gezondheid van de mens. Het doneren van bloed bijvoorbeeld is een geweldige expressie van menselijke solidariteit. Het past dan ook meteen om al die mensen die hun bloed doneren aan hun medemens in nood, hierbij hartelijk te danken en op het hart te drukken om vooral door te gaan, zolang hun gezondheid dit toestaat.

Het doneren van organen gaat echter een flinke stap verder!

Een orgaandonor is een persoon die toestaat dat een eigen orgaan wordt verwijderd en op een andere persoon wordt getransplanteerd. Hetzij terwijl de donor leeft, hetzij na het overlijden.

De vraag naar donortransplantatie neemt in de hele wereld toe. Maar er zijn niet genoeg organen beschikbaar om aan de nood te voldoen. Daarom zijn er overal lange wachtlijsten en sterven er elke dag mensen die lijden aan chronisch falen van hun organen.

Om dit tegen te gaan is de Nederlandse wet zodanig veranderd dat ik het belangrijk vind om hier iets over te zeggen! Dit wordt gaandeweg wat langer, omdat het onderwerp dit vereist. Het gaat namelijk om jou, dus neem even de tijd om mijn blog te lezen.

De Bijbel zegt natuurlijk niets over orgaantransplantatie, omdat in de bijbeldagen daar nog geen sprake van was. Toch is er misschien een vers dat slaat op orgaandonortransplantatie, waar God zegt: ‘Ik zal jullie een ander hart geven en een nieuwe geest, jullie harten van steen zal Ik vervangen door tedere harten van liefde.’ – Ezechiël 11:19

Zonder deze transplantatie zouden we voor God dood zijn in zonde en misdaad en voor eeuwig verloren. Maar door deze door God uitgevoerde transplantatie van ons oude hart naar een nieuw hart, ontvangen we eeuwig leven.

Toch zijn er best veel Schriftgedeelten die toepasbaar zijn op ons donoronderwerp van vandaag. Een van de sterkste argumenten om voorstander van orgaandonor te zijn, is de liefde die je betoont aan anderen.

De apostel Paulus zegt: ‘Alle voorschriften die God aan Mozes heeft gegeven, worden in dit ene gebod vervuld: Heb je naaste net zo lief als jezelf.’ – Romeinen 13:9

En de apostel Jakobus zegt: ‘Het is goed om te doen wat de Here van je vraagt: Heb je naaste net zo lief als jezelf.’ – Jakobus 2:8

Maar je kunt ook teruggaan naar het Oude Testament van de Bijbel, waar God zegt: ‘Wees niet haatdragend of wraakzuchtig, maar heb je naaste net zo lief als jezelf, want Ik ben de HERE.’ – Leviticus 19:18

Er wordt ons geleerd om God lief te hebben, maar ook je medemens. Gewillig zijn om een orgaan uit je eigen lichaam te doneren aan een ander, is wel het ultieme offer van liefdadigheid tot je naaste.

Dit is eigenlijk precies wat Jezus deed toen Hij Zijn leven aflegde om de mensheid te redden voor de eeuwige dood. Johannes voegt dit mooi samen als hij zegt: ‘Omdat God ons zo heeft liefgehad, moeten wij elkaar ook liefhebben.’ – 1 Johannes 4:11

Misschien zeg jij dat het doneren van een orgaan het lichaam verminkt en dat de Bijbel zegt: ‘Weet je niet dat je lichaam een tempel is van de Heilige Geest? Van de Geest die God jou heeft gegeven en die nu in jou woont? Je bent niet van jezelf!’ – 1 Korinthiërs 6:19

Daar valt zeker wat voor te zeggen! We moeten ons lichaam inderdaad met respect behandelen en wegblijven van alles wat het lichaam wil beschadigen. Maar toen Paulus dit schreef, voegde hij nog het volgende toe: ‘God heeft jou tegen de allerhoogste prijs gekocht! Gebruik daarom ieder deel van je lichaam om God eer te geven.’ – 1 Korinthiërs 6:20

De apostel gaat hierop verder in zijn volgende bief en zegt: ‘Wij weten dat als ons lichaam sterft, wij een nieuw huis in de hemel krijgen, waar wij altijd mogen wonen. Dat is een huis door God gemaakt en niet door mensen.’ – 2 Korinthiërs 5:1

Misschien dat deze Schriftgedeelten uit de Bijbel de angst van veel christenen kan wegnemen wanneer zij denken dat bij de ‘opname’ het lichaam bewaard moet blijven als één geheel. Paulus zegt dat we met de opname naar de hemel een heel nieuw lichaam krijgen. Wanneer we sterven, gaat het zelfs een stap verder en zegt God: ‘Dan zal je lichaam vergaan tot het stof van de aarde. Want uit stof ben je gemaakt en tot stof zul je weer worden.’ – Genesis 3:19

In dit licht hoeft een christen het doneren van een orgaan bij overlijden niet te laten of zomaar af te wijzen, omdat het lichaam volledig intact zou moeten zijn om aan de opname deel te hebben. De Bijbel zegt ook duidelijk: ‘Lichamen van vlees en bloed kunnen geen deel hebben aan het Koninkrijk van God. Onze vergankelijke lichamen kunnen niet altijd blijven leven.’ – 1 Korinthiërs 15:50

Misschien zijn er ook mensen die terughoudend zijn, omdat ze twijfelen of iemand het wel verdient om een orgaan van een ander te ontvangen. Natuurlijk zullen er zijn die hun organen beschadigd hebben door verkeerde beslissingen in hun leven. Verdienen deze mensen dan wel een tweede kans?

De Bijbel onderbouwt deze gedachte niet en zegt in feite het volgende: ‘Christus is immers toen wij nog hulpeloos waren, op het juiste ogenblik voor ons, goddeloze mensen, gestorven. Is er iemand die voor een onschuldig mens wil sterven? Nauwelijks! Misschien gaat iemand nog zover dat hij zijn leven geeft voor een goed mens. Maar God heeft ons Zijn grote liefde getoond door Christus te sturen en Hem voor ons te laten sterven toen wij nog schuldige zondaars waren.’ – Romeinen 5:6-8

In dit licht is het onthouden van hulp als het gaat om donortransplantatie aan de ongelovigen of de nalatigen niet Bijbels te onderbouwen. De gelijkenissen van de koning en de dienaar (Mattheüs 18:23-35) en de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:25-37) zijn hier ook een voorbeeld van.

De Bijbel zegt in dit opzicht nog meer: ‘Verzet je niet tegen wie je kwaad doet. Als iemand je een klap op de ene wang geeft, keer hem dan ook je andere wang toe. Als iemand in een proces je hemd opeist, geef hem dan ook je jas. Als iemand je dwingt om één kilometer met hem mee te lopen, ga dan twee kilometer met hem mee. Als iemand je iets vraagt, geef het hem. En als iemand geld van je wil lenen, weiger het dan niet.’ – Mattheüs 5:39-42

Uit deze verzen blijkt duidelijk dat Jezus geen hulp weigert, omdat er mogelijk tegenstrijdige effecten kleven aan de persoon. Jezus gaat zelfs verder en zegt: ‘Je hebt gehoord dat er gezegd is: Heb je naaste lief en haat je vijanden. Maar Ik zeg: Houd ook van je vijanden! En bid voor wie je vervolgen.’ – Mattheüs 5:43-44

Tot nu toe heb ik geprobeerd te onderbouwen waarom het orgaandonorschap voor christenen niet expliciet tegen de Bijbel ingaat en het niet on-Bijbels is om orgaandonor te zijn. Toch is er ook een andere kant die ik wil belichten. In het bijzonder voor hen die in hun geest ervaren om juist geen orgaandonor te worden of te zijn!

Hierbij is het van groot belang te benadrukken dat zij die de keuze maken om geen orgaandonor te worden, niet minder liefde voor Christus en hun medemens hebben, dan zij die beslissen om dit wel te doen. Ook zij die geen orgaandonor zijn, houden heel veel van Jezus en hebben groot respect voor het leven en het lichaam. Ik wil jou dan ook niet met het bovenstaande het gevoel geven dat je pas echte liefde hebt wanneer je orgaandonor bent.

Integendeel!

Het kan namelijk heel goed zijn dat je om de een of andere reden vindt dat het donorschap niet bij je overtuiging past en dat je vrede en rust in je binnenste hebt om juist geen donor te zijn. Het is belangrijk om je dan niet veroordeeld te voelen en je vrede en rust boven alles in je hart te bewaren. Ook dat is Bijbels en het donorschap is immers geen verplichting. Je hoeft je standpunt ook aan niemand uit te leggen of jezelf te verdedigen waarom wel of waarom niet.

Het donorschap is iets heel persoonlijks!

Maar je moet wel een keuze maken wat jij wilt dat er na overlijden met jouw lichaam gebeurt. Want anders beslist de staat. En de staat heeft al bij voorbaat besloten dat jij zonder tegenbericht orgaandonor bent!

Dit is natuurlijk de omgekeerde wereld! Het doneren van een orgaan zou beslist niet een vanzelfsprekend iets mogen zijn. En al helemaal niet een door de overheid opgelegde wet. Orgaandonatie is alleen gerechtvaardigd wanneer het een handeling van liefdadigheid is en niet wanneer de persoon zich moet onderwerpen aan de wet, die zogezegd wordt opgelegd tot welzijn van de maatschappij. Daarmee bepaalt de overheid wat er na overlijden met jouw lichaam gebeurt. Daardoor is het geven van een orgaan geen gift, liefdadigheid of donatie, maar een door de staat opgelegde regel waaraan iedereen zich moet houden. Tenzij jij expliciet aangeeft dit niet te willen!

Daarom is het uitermate belangrijk om hierover na te denken en een weloverwogen beslissing te nemen of je orgaandonor wilt zijn of niet. En als het antwoord NEE is, dan MOET je dit aangeven in het donorregister. Als je niet expliciet bij het donorregister aangeeft wat je keuze is aangaande orgaandonor, dan komt er bij jouw naam te staan: ‘Geen bezwaar tegen orgaandonatie.’ Dat wil zeggen dat je automatisch staat ingeschreven dat je bij overlijden orgaandonor bent!

Misschien wil jij dit helemaal niet!

Temeer omdat de mogelijkheden van de geneeskunde en de techniek vandaag heel ver gaan. Daarom is het, zeker voor een kind van God, belangrijk om hierin een duidelijk standpunt in te nemen. Zo voorkom je dat je door onwetendheid misschien een beslissing neemt die niet overeenkomt met jouw overtuiging of wil.

Juist in deze tijd zien wij hoe de grenzen van de moraal verlegd worden. Maar voor Gods kinderen moet altijd de Bijbel, Gods Woord, de maatstaf zijn (Psalm 32:8). Wij moeten dus als kind van God deze zaken niet verstandelijk of vleselijk benaderen, maar de Here om raad vragen.

Misschien zeg jij: ‘David, dat heb ik gedaan. Maar ik twijfel nog steeds en neig zelfs om het juist niet te doen.’ Mijn antwoord daarop is heel kort en simpel:

BIJ TWIJFEL: NIET DOEN. PUNT UIT!

Misschien zeg je: ‘Maar ik zou het wel overwegen en waarschijnlijk doen als het mijn familie betreft!’ Ook dan mag je met die beslissing vrede en rust in je hart hebben. Want het orgaandonorschap is en blijft een handeling van liefdadigheid, waarbij jij zelf bepaalt aan wie jij iets doneert.

Tot slot moet ik een einde breien aan mijn blog, want er valt nog zoveel te zeggen. We kunnen natuurlijk eindeloos over dit onderwerp discussiëren en van het een kom je in het ander. Van beiden kanten valt veel te zeggen. Maar hoe je het ook bekijkt, wendt of keert, uiteindelijk moet IEDEREEN zelf heel persoonlijk een beslissing nemen. Paulus zegt daarover iets belangrijks:

‘Laat ieder zijn/haar EIGEN OVERTUIGING volgen.’ – Romeinen 14:5b

Delen.

Comments are closed.

X