zaterdag, oktober 31 EN | BR

Let op wat je zegt! – David Maasbach

De manier waarop wij praten bepaalt wat voor leven we leven. Het is zo belangrijk altijd de positieve dingen uit Gods Woord belijden en geloven dat God goed is en altijd met ons is. De woorden die wij uitspreken brengen leven of dood voort, succes of falen, positiviteit of negativiteit.

Spreuken 18:21
Op de tong liggen zowel dood als leven: wie aan een van beide de voorkeur geeft, zal de vruchten daarvan plukken.
Psalm 139:1-18
1 Here, U ziet alles van mij, U kent mij helemaal zoals ik ben. 2 U weet het als ik zit en als ik weer opsta, vanuit de hemel weet U wat ik denk. 3 U ziet waar ik heen ga en weet wanneer ik ga liggen. Alles wat ik doe, is voor U bekend. 4 Elk woord dat ik uitspreek kent U al, Here. 5 U bent bij mij, naast mij, voor mij, achter mij.
Uw hand rust op mij. 6 Het is voor mij onmogelijk dat te begrijpen. Het is zo wonderlijk, zo hoog. 7 Hoe zou ik mij kunnen verbergen voor uw Geest, waar zou ik naar toe moeten om U te ontvluchten? 8 Als ik naar de hemel ging, zag ik U daar. Als ik neerdaalde in het dodenrijk, zou ik U ook daar ontmoeten. 9 Zelfs als ik vleugels had en ging wonen aan de andere kant van de zee, 10 zou ik U daar ontmoeten. U zou mij vasthouden en uw rechterhand zou mij stevig leiden. 11 Stel dat ik zei dat de duisternis op mij kon vallen, dan zou het nog licht om mij heen zijn. 12 Ook de duisternis kan niets voor U verbergen. Voor U is de nacht net zo licht als de dag en duisternis betekent niets voor U. 13 U hebt mij immers in de buik van mijn moeder gemaakt? Mijn hele lichaam werd door U geweven. 14 Ik prijs U, omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt. Alles wat U doet, is wonderbaarlijk. Alles in mij getuigt daarvan. 15 U zag elk van mijn botten, terwijl zij in het verborgene werden gemaakt.
16 U zag mij al toen ik nog geen vorm had. Elke dag van mijn leven stond toen al in uw boek opgeschreven. 17 Wat betekenen uw gedachten veel voor mij, mijn God. Zij zijn ontelbaar. 18 Zelfs als ik ze zou proberen te tellen, blijken het er nog meer te zijn dan de zandkorrels. Ik ben voortdurend in uw nabijheid.
Numeri 13:27-33
27 Dit was hun verslag: ‘Wij kwamen in het land dat wij moesten verkennen. Het is inderdaad een land waar melk en honing vloeit, het is prachtig. Kijk maar eens naar dit fruit dat wij als bewijs hebben meegenomen. 28 Maar de mensen die daar wonen, zijn sterk en hun steden zijn goed versterkt en groot. We hebben zelfs reuzen, kinderen van Enak, gezien! 29 De Amalekieten wonen in het zuiden en de Hethieten, Jebusieten en Amorieten wonen in het bergland. Langs de kust van de Middellandse Zee en in het rivierdal van de Jordaan wonen de Kanaänieten.’ 30 Toen kwam het volk in opstand tegen Mozes. Maar Kaleb trachtte het te kalmeren en zei: ‘Laten wij nu meteen optrekken en het land in bezit nemen, want wij zijn sterk genoeg om het te veroveren!’ 31 ‘Niet tegen mensen die zo sterk zijn als zij,’ vonden de andere spionnen, ‘ze zouden ons vernietigen.’ 32 Het verslag van de meerderheid van de spionnen was negatief: ‘Het land wemelt van de strijders en de mensen zijn allemaal krachtig gebouwd. 33 We hebben kinderen van Enak gezien, afstammelingen van de vroegere reuzen. We voelden ons als sprinkhanen bij hen vergeleken!’
Numeri 14:1-12
1 Toen begon het hele volk luid te klagen en ging daar de hele nacht mee door. 2 De stemmen vormden één grote klaagzang aan het adres van Mozes en Aäron. ‘Waren we maar in Egypte gestorven,’ beklaagden zij zichzelf, ‘of hier in de woestijn. 3 Dat nog liever dan het land binnentrekken dat voor ons ligt. De Here zal ons daar laten omkomen en onze vrouwen en kinderen zullen slaven worden. Laten we hier vandaan gaan en terugkeren naar Egypte!’ 4 Dat idee sloeg aan in het kamp. ‘Laten wij een leider kiezen die ons kan terugbrengen naar Egypte,’ schreeuwden zij. 5 Toen wierpen Mozes en Aäron zich in het bijzijn van het volk Israël met hun gezicht op de grond. 6 Twee van de spionnen, Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, begonnen hun kleren te scheuren 7 en zeiden tegen het verzamelde volk: ‘Het land dat voor ons ligt, is prachtig en de Here is ons welgezind. 8 Daarom zal Hij ons veilig dat land binnenbrengen en het ons geven. Het is erg vruchtbaar, een land dat overvloeit van melk en honing. 9 Mensen, kom toch niet in opstand tegen de Here! Wees niet bang voor de inwoners van dat land. Wij zullen hen overwinnen want zij zijn als brood voor ons. De Here staat aan onze kant en beschermt hen niet langer! Daarom moeten wij niet bang voor hen zijn!’ 10,11 Maar de enige reactie van de Israëlieten bestond uit het voorstel Jozua en Kaleb te stenigen. Toen verscheen de heerlijkheid van de Here in de tabernakel aan al de Israëlieten en Hij zei tegen Mozes: ‘Hoe lang zal dit volk nog dwarsliggen? Zullen ze Mij ooit geloven na alle wonderen die Ik onder hen heb gedaan? 12 Ik zal hen verstoten en vernietigen door de pest en ú tot een volk maken dat veel groter en machtiger is dan zij!’

Lees mee met de preek in uw eigen Blessing Bijbel.

Delen.

Comments are closed.

X