donderdag, november 15 EN | BR

Door David Maasbach

De Bijbelse geschiedenis

Het fundament van de aanspraak die Gods volk op het land Israël maakt, ligt in de woorden van Gods belofte aan Abraham: ‘Het land Kanaän zal voor altijd van u en uw nakomelingen zijn. En Ik zal uw God zijn.’ – Genesis 17:8

Na 400 jaar in slavernij te hebben geleefd, vertrokken Mozes, Jozua en het volk van Israël uit Egypteland en namen bezit van het door God beloofde land. Ze verdreven de Kanaänieten, die hun rechten op het land hadden verspeeld door hun grote goddeloosheid.

‘Toen zei God tegen Abram: ‘Uw nakomelingen zullen vierhonderd jaar in een vreemd land wonen, ze zullen daar slaven zijn en slecht behandeld worden. Maar het volk dat hen onderdrukt, zal Ik straffen. Daarna zal uw volk wegtrekken met grote rijkdommen. Maar u zult een hoge leeftijd bereiken en rustig kunnen sterven. Na vier generaties zullen uw nakomelingen hier terugkeren, want eerder zal de slechtheid van de Amorieten niet het peil bereiken, waarop Ik ze zal straffen.’’ – Genesis 15:13-16

Vlak voordat het volk van Israël het land Kanaän binnentrok, gaf Mozes hun bepaalde en belangrijke beloften en waarschuwingen. Zij zouden inderdaad het beloofde land in bezit nemen, maar het in bezit houden ervan zou helemaal afhangen van hun gehoorzaamheid aan Gods wetten en geboden. Er waren beloften van zegeningen wanneer zij God gehoorzaam zouden zijn, en aan de andere kant zou God hen straffen wanneer zij ongehoorzaam zouden zijn. Zij zouden lijden onder de ziekten die God Egypte had opgelegd, het land zou geplaagd worden door grote droogte en hongersnood, en andere volkeren zouden over hen heersen met als gevolg dat ze, net als in Egypte, weer 
in slavernij terecht zouden komen.

‘Hij zal u en de koning die u zult kiezen, verbannen naar een land waarvan noch u, noch uw voorouders, ooit hadden gehoord. En in uw ballingschap zult u goden van hout en steen aanbidden! U zult een voorwerp van afschuw en bespotting worden. U zult op een afschuwelijke wijze te kijk staan voor alle volken van de wereld, waarnaar de Here u zal wegvoeren.’ – Deuteronomium 28:36-37

Als je wilt weten wat er in de eeuwen na deze beloften met de Joden gebeurde, dan moet je dit hoofdstuk maar in zijn geheel lezen. De geschiedenisboeken van het Oude Testament vertellen ons over de jaren van grote voorspoed, die Israël onder de zegenende hand van de levende God had, maar ook over hun afvalligheid, die resulteerde in zware straffen en hun achteruitgang, wat hen uiteindelijk in gevangenschap van het grote Babylon bracht.

Verstrooiing van het volk Israël

70 jaar lang hield Israëls bestaan als natie op, waarna een klein deel van het volk terugkeerde naar het land Israël en de stad Jeruzalem, waar ze zijn muur, poorten en tempel herbouwden.

Eeuwen later kwam de beloofde Messias, over wie gesproken was in de boeken van de Psalmen, Jesaja, Micha, Daniël en anderen. Hoewel er op het hele volk genomen slechts enkelen waren die graag naar Hem luisterden en Hem als hun Messias aannamen, vertelt de geschiedenis ons ook dat zij, zoals voorzegd, 
de Christus verworpen en gekruisigd hebben.

Vlak voor Zijn dood sprak Jezus over het oordeel dat zou komen, omdat ze Hem verworpen hadden. Hij vertelde Zijn discipelen dat Jeruzalem door de vijand omsingeld zou worden en dat er een tijd zou aanbreken van pijn, verdriet, onrust, vervolging, onderdrukking, boosheid, kwelling, en dat er geen steen op de andere zou blijven staan. De mensen die deze tijd zouden overleven, zouden over de hele wereld verstrooid raken.

‘En als je ziet dat Jeruzalem wordt belegerd, is dat het teken dat de verwoesting van de stad nadert. Laten de mensen die dan in Judea zijn, naar de bergen vluchten. En wie op het platteland zijn, moeten niet naar de stad gaan. Want in die dagen zal God zijn oordeel voltrekken. De woorden van de profeten zullen dan in vervulling gaan. Het zal een vreselijke tijd worden voor vrouwen die zwanger zijn of een baby hebben. Er zal een diepe ellende over dit land komen. God zal zijn toorn op dit volk koelen. De mensen zullen afgeslacht of als krijgsgevangenen over de hele wereld verstrooid worden. Vreemde volken zullen Jeruzalem overwinnen en vertrappen tot aan hun tijd
een einde komt.’ – Lucas 21:20-24

Wat Jezus hier voorspelde, is allemaal uitgekomen! 70 jaar na Christus werd Jeruzalem belegerd door de legers van Titus. Nadat de inwoners wanhopig tot het einde toe weerstand hadden geboden, werd de stad overmeesterd en verwoest. De Joden werden als een kudde dieren op slavenschepen over de hele wereld uiteen gedreven. Slechts een handjevol Joden bleven achter. De tijd van de heidenen brak aan. Eeuwen gingen voorbij en Rome regeerde Palestina met krachtige hand. Op enkelen na, was het voor de Joden verboden om terug te keren naar hun thuisland.

Toen brak de tijd aan dat het machtige Rome, dat Israël zo zwaar vervolgd had, van binnenuit begon te scheuren. Tegen de vijfde eeuw na Christus begon het rijk te wankelen onder de aanslagen van de barbaren uit het noorden. Het duurde niet lang of Rome ging ten onder en was niet meer!

In 637 nam het zwaard van de islam bezit van Jeruzalem. Niet lang daarna begonnen de Arabieren op de oude Tempelberg met de bouw van de moskee van Omar. In de tijd die verstreek, hebben verschillende heidense volkeren Jeruzalem succesvol in bezit genomen, totdat de Turken in 1517 de macht kregen. Zij hebben Jeruzalem 400 jaar geregeerd! In feite hebben de Arabieren het gebied slechts een hele korte tijd in hun bezit gehad. In die tijd woonden er Arabieren in Israël, maar de Joden hebben er altijd gewoond. Zij het in die tijd slechts een handjevol. Noch de Arabieren, noch de Joden hadden zeggenschap over het land ten tijde van de overheersing van de Romeinen, de kruisvaarders, de Mongolen en de Turken.

Een geweldige hoop

Hoe het ook zij, de Joden hebben Palestina altijd als hun thuisland gezien en keken reikhalzend uit naar hun terugkeer en de wedergeboorte van een Joodse staat. Door alle eeuwen heen hebben zij, waar ze zich ook in de wereld bevonden, de aanspraak op hun vaderland Israël met hart en ziel levend gehouden, door de belofte die God aan hun geloofsvader Abraham heeft gedaan. Er was een belangrijke reden voor deze geweldige hoop die de verstrooide Joden hadden. Want hoewel er in de boeken duidelijk gesproken was over het oordeel dat hen zou overkomen als ze ongehoorzaam zouden zijn, voorspelden de boeken ook een geweldige opleving en wedergeboorte door de terugkeer van de
Joden naar hun vaderland Israël.

‘Ik zal hen weghalen uit de volken bij wie zij verbleven, en terugbrengen naar hun eigen land Israël. Ik zal hen voeden op de bergen
van Israël en in de vruchtbare dalen waar het goed wonen is.’ – Ezechiël 34:13

<cite‘Kijk, Ik sta aan uw kant en zal u te hulp komen wanneer uw grond weer wordt bewerkt en uw gewassen worden gezaaid. Ik zal uw bevolking door het hele land sterk laten groeien en de groei van uw veestapel zal daarmee gelijke tred houden. De steden en puinhopen zullen weer worden opgebouwd en bewoond.’ – Ezechiël 36:9-10>

‘De Oppermachtige Here zegt: ‘Op de dag dat Ik u reinig van uw zonden, zal Ik u ook weer terugbrengen naar uw vaderland Israël en de verwoeste steden zullen worden herbouwd. De landbouwgrond die al die jaren van uw verbanning braak lag, zal weer in cultuur worden gebracht. Allen die er in die tijd voorbijkwamen, waren onthutst door de omvang van de verwoestingen in uw land. Maar als Ik u terugbreng, zullen zij zeggen: ‘Dit verwoeste land is veranderd in een tuin van Eden! De verwoeste steden zijn hersteld en ommuurd en worden weer bewoond!’’ – Ezechiël 36:33-35

De dorre 
doodsbeenderen

En natuurlijk zien we de wederopstanding van Israël het duidelijkst in de geschiedenis van het dal met de dorre doodsbeenderen. Deze profetie voorspelde dat op het donkerste punt van de nacht in de geschiedenis van Israël, deze natie uit haar graf zou opstaan en dat God haar nieuw leven zou inblazen.

‘De kracht van de Here rustte op mij en de Geest van de Here nam mij mee naar een dal vol beenderen. Hij leidde mij er tussendoor. Toen zei Hij: ‘Mensenzoon, kunnen deze beenderen weer mensen worden?’ Ik antwoordde: ‘Och Here, alleen U kent het antwoord op die vraag.’ Toen droeg Hij mij op te profeteren en tegen de beenderen te zeggen: ‘Verbleekte beenderen, luister naar de woorden van de Here. Want de Oppermachtige Here zegt: ‘Kijk, Ik ga u weer levend maken. Ik zal u weer vlees en pezen geven en u bedekken met huid. Ik zal u adem geven en u zult tot leven komen en weten dat Ik de Here ben.’’ Ik sprak deze woorden van de Here uit, precies zoals Hij mij had opgedragen. En plotseling klonk een luid geklepper door het dal. De beenderen van de lichamen kwamen bij elkaar en voegden zich aaneen zoals zij vroeger hadden gezeten. Met mijn eigen ogen zag ik dat daarna vlees en pezen op de beenderen verschenen en er huid overheen kwam. Maar leven was erin nog niet zichtbaar. Toen gaf Hij mij opdracht de wind te roepen en te zeggen: ‘De Oppermachtige Here zegt: ‘Kom vanuit de vier windstreken, geest, en laat uw adem over deze dode lichamen gaan, zodat zij weer tot leven komen.’’ Zo sprak ik tegen de windrichtingen, zoals Hij mij had opgedragen en de lichamen begonnen te ademen, zij kwamen tot leven en stonden op: een onafzienbare menigte. Toen vertelde Hij mij wat dit visioen betekende. ‘Deze beenderen,’ zei Hij, ‘stellen alle inwoners van Israël voor. Zij zeggen: ‘Onze beenderen zijn uitgedroogd, er is geen hoop meer, het is met ons gedaan.’ Maar vertel hun dat de Oppermachtige Here zegt: ‘Mijn volk, Ik zal uw graven van ballingschap openen en u weer laten opstaan, zodat u kunt terugkeren naar het land Israël. Uiteindelijk zult u, mijn volk, dan weten dat Ik de Here ben. Ik zal mijn Geest in u laten wonen en u zult leven en terugkeren naar uw vaderland. Dan zult u erkennen dat Ik, de Here, precies heb gedaan wat Ik u had beloofd.’’ – Ezechiël 37:1-14

Voorbereidingen voor een Joodse staat

Het duurde echter nog vele eeuwen voordat de Joden de kans kregen om naar hun vaderland terug te keren. Met het zien van het vele lijden en de onderdrukking van zijn volk in Europa, schreef Theodor Herzl eind 1895 het kleine boekje: De Jodenstaat. Het werd gepubliceerd op 14 februari 1896 in Duitsland en Oostenrijk en heeft als ondertitel: ‘Poging tot een moderne oplossing voor het Jodenprobleem’. Herzls oplossing is de creatie van een Joodse staat. In zijn boekje schetst hij zijn redenering voor de noodzaak om de historische Joodse staat te herstellen: ‘Eén land – Eén volk!’ Deze gedachte trok meteen de aandacht van vele Joden, waardoor in 1897 het eerste Joodse Congres in Genève werd gehouden. Door de toenemende vervolging en Jodenhaat in Europa, begon er heel langzaam een emigratie van Joden naar hun vaderland op gang te komen.

Grote stappen werden pas gezet tijdens de Eerste Wereldoorlog met de Balfour-verklaring, geschreven op 2 november 1917 door de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Arthur James Balfour, aan Lord Rothschild, een leider van de Joodse gemeenschap in Groot-Brittannië. De brief was bestemd voor de Zionistische Federatie en kwam tot stand na een intensieve lobby door Chaim Weizmann.

De Balfour-verklaring was voorafgegaan door een Franse verklaring aan de Russische zionist Nahum Sokolov, waarin Frankrijk steun toezegde voor de hergeboorte van de Joodse nationaliteit in Palestina. Op dat ogenblik heerste het Ottomaanse Rijk in Palestina. Tijdens de Eerste Wereldoorlog legden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in het geheime Sykes-Picotverdrag van 16 mei 1916 de toekomstige grenzen vast, al was dat tegenstrijdig met toezeggingen aan de Arabieren, die vastgelegd waren in de Hoessein-McMahon-correspondentie.

In de verklaring werd het standpunt uiteengezet waarover het Britse kabinet een akkoord had bereikt tijdens zijn vergadering van 31 oktober 1917. Dit standpunt hield in dat Groot-Brittannië de zionistische plannen voor een Joods nationaal tehuis in Palestina ondersteunde, alhoewel niets mocht worden gedaan om aan de rechten van de niet-Joodse bewoners afbreuk te doen. De exacte woorden van de Balfour-verklaring werden later opgenomen in het Verdrag van Sèvres tussen de geallieerden en Turkije en het mandaat voor Palestina.

Al gauw ontstond hiertegen grote tegenstand vanuit de Arabische wereld, en dan met name van de geestelijke leiders. Hierdoor ontstonden er allerlei bloedige conflicten. Vele Joden en Arabieren vonden hierbij de dood. Door de toenemende onrust en spiraal van geweld, hebben de Britten onder druk van de Arabieren een ‘Witboek’ opgesteld, waarin zij een groot deel van de beloften in de Balfour-verklaring ongedaan maakten. Hierdoor werd de immigratie van de vele Joden die wilden terugkeren naar Israël, drastisch teruggebracht. De Joden waren zeer ontstemd en boos, maar konden niets aan de situatie veranderen.

De Holocaust

Toen barstte in volle hevigheid de Tweede Wereldoorlog uit. De Holocaust, ook wel Shoah, Shoa of Sjoa genoemd, was de systematische Jodenvernietiging door de nazi’s en hun bondgenoten voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de overheersing door nazi-Duitsland werden 6 miljoen Europese Joden vermoord. De moorden vonden grotendeels plaats in vernietigingskampen.

In januari 1939 liet Hitler in een toespraak weten dat het ‘Joodse ras’ in de komende oorlog vernietigd zou worden. Voor dit doel, de zogenaamde eindoplossing, werden vernietigingskampen ingericht. Deze kampen waren bedoeld om doelbewust en systematisch groepen te vermoorden, die door de nazi’s ‘ondermensen’ genoemd werden. In totaal kregen zeven kampen de functie van vernietigingskamp, waarvan zes in Polen en één in Wit-Rusland. Deze zeven kampen waren: Chełmno, Bełzec, Treblinka, Sobibór, Maly Trostenets, Majdanek, Auschwitz.

Een vernietigingskamp is een kamp waar de meeste gevangenen onmiddellijk na aankomst vergast werden. Dit lot trof sowieso de zieken, ouderen en kinderen. De gevangenen die in leven gehouden werden, kregen verscheidene taken met als doel het kamp draaiende te houden. Die werkzaamheden varieerden van zware arbeid tot dienst in bijvoorbeeld de keukens. Uiteindelijk zouden ook deze gevangenen vergast worden.

‘Tijdens de overheersing door nazi-Duitsland werden 6 miljoen Europese Joden vermoord.’

Naast vernietigingskampen hadden de 
nazi’s een groot aantal concentratie-­kampen, zoals Dachau en Buchenwald. Een concentratiekamp is niet hetzelfde als een vernietigingskamp. Zoals de naam ­impliceert, is een ­concentratiekamp een werkkamp waar gevangenen geconcentreerd ­werden. De meeste doden vielen daar door het zware werk, ondervoeding, ziekten en ­mishandeling. In de jaren ’40 werden veel concentratiekampen ook van gaskamers voorzien, waarna ook daar gevangenen vergast werden.

Naast de concentratie- en vernietigings-kampen bestonden er ook nog de zogenoemde ‘doorgangskampen’. Dit zijn kampen die opgezet werden om de mensen als het ware in op te slaan. Vanuit deze doorgangskampen reed er elke week een trein naar de vernietigingskampen. Westerbork is een voorbeeld van een doorgangskamp in Nederland. In België werd hiervoor de oude bestaande Dossinkazerne in Mechelen gebruikt. Deze kazerne is nu deels ingericht als ‘Joods Museum van Deportatie en Verzet’. In het Franse kamp Drancy ten noorden van Parijs, werden tijdens de Tweede Wereldoorlog circa 65 duizend Joden vastgehouden, voordat zij naar het vernietigingskamp Auschwitz werden getransporteerd.

Herstel na de oorlog

Zoals elke oorlog is de Tweede Wereldoorlog een verschrikkelijke tijd geweest. Natuurlijk koos de Arabische wereld door de Jodenvervolging over het algemeen de kant van de nazi’s, en de Joden de kant van de geallieerden. Met het winnen van de oorlog hoopten de Joden beloond te worden voor hun loyaliteit met het door de vingers zien van het ‘Witboek’ van de Britten. Dit betekende dat de deur van immigratie voor de Joden, die aan de gasovens van Hitler waren ontsnapt, weer zou opengaan. De Britten beantwoordden hun pleidooi met een immigratieplafond van 1.500 Joden per maand om terug te keren naar Palestina, met als gevolg dat de honderdduizenden Joden die Hitlers sadisme hadden overleefd, wegkwijnden in de vluchtelingenkampen verspreid over Europa.

Om hen langs de Britse grenscontroles te smokkelen, kwam de ‘Haganah Party’, die tijdens de oorlog aan Britse zijde had gevochten, in beweging. Dit resulteerde uiteindelijk in geweld en aanslagen, die het leven van de Britse bezettingsmacht heel zuur maakte. Het moet gezegd worden dat dit natuurlijk niet de weg is die God gebruikte om Zijn volk terug te brengen naar hun thuisland, zoals Hij beloofd had. Bevrijding komt alleen door de genade van de levende God. Zo zal ook aan het einde der tijden Israël als natie alleen gered worden wanneer zij al haar vertrouwen en hoop stelt op Jezus Christus als haar Redder en Verlosser!

Onafhankelijke staat Israël

Onder grote druk van zowel de Arabieren als de Joden, besloten de Britten om het probleem over te dragen aan de Verenigde Naties. Een aangestelde commissie stelde voor om Palestina op te delen in een Arabische en een Joodse Staat. Iets wat men vandaag ook probeert te doen. De Arabieren waren resoluut tegen en verwierpen het voorstel. Als gevolg hiervan ontvlamde er een hevige strijd tussen de Arabieren en de Joodse strijders. Omdat de Britse regering niet in staat was om de strijd in de kiem te smoren en deze steeds meer slachtoffers begon te eisen, besloot zij onder druk van grote kritiek uit eigen land, het mandaat op 15 mei 1948 te beëindigen. Daarop zeiden de Joden dat als de Britten zich zouden terugtrekken, zij zichzelf zouden uitroepen als een onafhankelijke staat.

David Ben Gurion was de dag voor het uitroepen van de onafhankelijke staat Israël, de gekozen en aangestelde minister-president om dit te doen. Na een verstrooiing van meer dan 1.900 jaar, werd Israël op 14 mei 1948 om 16.00 uur eindelijk weer een onafhankelijke en zelfstandige natie. Met een eigen vlag, grenzen, geld en leger! Binnen een half uur erkende president Truman de nieuwe regering van de staat Israël. Op 17 mei stond ook Rusland achter deze erkenning. Niet zozeer omdat Rusland van Israël hield, maar omdat zij wilden dat de Britten uit het Midden-Oosten zouden vertrekken. Bovendien hoopten zij om van Israël een communistische staat te maken.

Een paar uur later sloegen de Arabieren toe met een goed getraind leger en overmeesterden de wanhopige verdedigers van het Joodse deel van de oude stad Jeruzalem. De Joden behielden het prachtige stuk grond in de heuvels, want God was met hen. Vier weken later, na een onafgebroken reeks van Joodse overwinningen, kwam er een wapenstilstand in de regio, maar de Egyptenaren weigerden daaraan deel te nemen en gingen door met de strijd, waarop Israël de operatie ‘Tien Plagen’ lanceerde, met als doel om de Egyptenaren terug te drijven in de Sinaïwoestijn. Deze succesvolle operatie had hetzelfde effect op de Egyptenaren als in de dagen van de farao. Het was een grote overwinning voor Israël, waarbij 5.000 Israëlieten het leven lieten. Maar het stond als een paal boven water: de staat Israël was hiermee wel bevestigd! In de wapenstilstand werd besloten om het oude deel van de stad onder het bewind van Jordanië te brengen, terwijl Israël het bewind hield van het westelijke en grotere deel van de stad. Op 11 mei 1949, slechts vier dagen voordat Israël zijn eenjarig jubileumfeest zou vieren, werd Israël toegelaten als lid van de Verenigde Naties.

Toen de wapenstilstand eenmaal ondertekend was, gingen de poorten van het beloofde land wagenwijd open voor alle Joodse inmigranten waar ook ter wereld. Met honderdduizenden stroomden zij binnen! De Duitse regering betaalde Israël 822 miljoen dollar aan herstelbetalingen, waardoor Israël met alle andere hulp in staat was om de grote aantallen immigranten onder te brengen en te huisvesten.

Oorlogen

De Zesdaagse Oorlog was een oorlog die tussen 5 en 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. Als uitkomst van de Suezcrisis van 1956, werd de Egyptische Sinaï gedemilitariseerd en de Golf van Akaba geopend voor de Israëlische scheepvaart. Vanaf 1964 deden er zich steeds ernstiger grensconflicten voor tussen Israël en Syrië. Het Syrische regime liet daarbij guerrilla-aanvallen uitvoeren door de PLO. In mei 1967 vreesde Syrië dat Israël wilde oprukken naar Damascus om de radicale Syrische regering ten val te brengen. De Egyptische president Gamal Abdel Nasser liet hierop zijn leger de Sinaï weer binnentrekken. Toen bleek dat het om een vals alarm ging, verhoogde Nasser de druk door op 22 mei de Straat van Tiran (verbinding tussen Tiran en Sinaï) te sluiten. De Arabische wereld raakte hierop in oorlogsstemming, wat de Israëlische bevolking beangstigde. Een nieuwe Israëlische regering van nationale eenheid besloot een mogelijke opbouw van een overmacht aan Arabische troepen te voorkomen door op korte termijn als eerste aan te vallen.

In de ochtend van 5 juni 1967 werd de Egyptische luchtmacht vernietigd door een Israëlische verrassingsaanval. Die dag brak een onverwachte frontale aanval in het noorden van de Sinaï door de Egyptische verdediging. Op 6 juni kreeg het Egyptische leger het bevel zich over het Suezkanaal in veiligheid te stellen, waarbij het grootste deel van het zware materieel achtergelaten werd. Eerder was Koning Hoessein van Jordanië niet ingegaan op een Israëlisch voorstel om neutraal te blijven. Op 7 juni werd na felle gevechten heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd en verloren de Jordaniërs een tankslag in Samaria. Dezelfde dag trok het Jordaanse leger zich terug over de Jordaan en werd de Westelijke Jordaanoever in bezit genomen.

De Israëlische minister van Defensie, Moshe Dayan, besloot om de Syrische Hoogten van Golan in te nemen voordat een wapenstilstand opgelegd door de Veiligheidsraad, in werking trad. Op 9 juni werd, ondanks zware Israëlische verliezen, het noordelijk deel van de hoogvlakte veroverd. Op 10 juni gaf de Syrische regering het zuidelijk deel op om de hoofdstad Damascus te beschermen. Om 18.30 uur plaatselijke tijd kwam aan alle gevechten een einde.

Het in bezit nemen van de Gazastrook, de Sinaï, de Westelijke Jordaanoever en de Hoogten van Golan verviervoudigde het door Israël bestuurde gebied. Ondanks de vlucht van veel Palestijnen en Syriërs, kwam een miljoen Arabieren onder Israëlisch bestuur. Dit legde de kiem voor volgende oorlogen en de nog voortdurende problematiek in het Midden-Oostenconflict.

De Arabieren hebben de Joodse Staat nooit geaccepteerd en zij blijven koppig vasthouden aan hun enorme en diepgewortelde haat tegen de Joden, waarbij ze tot op de dag van vandaag maar één ding willen: Israël de zee indrijven en vernietigen!

Nu er zo veel Arabieren als vluchtelingen Europa binnenkomen, nemen zij hun diepgewortelde haat met zich mee en zal deze geest alleen maar verder als een gezwel voortwoekeren op het westelijk halfrond, met alle gevolgen van dien. Maak u daarom op, want het blijft niet zoals het is.

Delen.

Comments are closed.

X