woensdag, juli 18 EN | BR

Door David Maasbach

Al meer dan vijftig jaar staat het conflict in het Midden-Oosten centraal in het wereldnieuws. We horen voortdurend over bombardementen, raket- en luchtaanvallen tussen de Joden en de Palestijnen. Wereldleiders zijn bezig met onderhandelingen om beide volken in vrede op datzelfde stukje land te laten wonen. Als wij iets willen begrijpen van de problematiek in het Midden-Oosten, zullen wij terug moeten gaan naar de Bijbel die hierover spreekt. De Bijbel is duizenden jaren oud, maar is vandaag nog steeds zeer relevant. De Bijbel spreekt namelijk over de oorsprong van dit conflict.

Gods belofte aan Abraham en zijn nageslacht

Het begon allemaal duizenden jaren geleden toen God een stukje land uitkoos en het onvoorwaardelijk gaf aan Zijn vriend Abraham. Dit stuk land werd ook wel Kanaän genoemd en kennen wij vandaag als Israël of Palestina. Duizenden jaren geleden sprak God tot Abraham en zei: ‘Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn’ (Genesis 17:7-8). Altoosdurend betekent voor eeuwig, voor altijd. Deze belofte geldt dus ook vandaag.

Het probleem is dat er meerdere volkeren zijn die zeggen dat Abraham hun vader is.

Wat is nu het probleem? Het probleem is dat er meerdere volkeren zijn die zeggen dat Abraham hun vader is. Ze liegen niet, want dit is waar. Abraham had meerdere zonen. En die zonen beroepen zich op de erfenis van hun vader, zeker als het gaat om het land dat hij bezat: het land Kanaän. Op zich is het te begrijpen dat ze dit doen. Maar waar wringt dan de schoen? Om dit te begrijpen moeten we weten wat er nog meer in die tijd afspeelde tussen God en Abraham.

Maar de twee broers vechten vandaag nog altijd om de erfenis van hun vader Abraham.

Ismaël en Izaäk

Sara, de vrouw van Abraham, kon geen kinderen krijgen. Abraham en Sara waren kinderloos. God had echter tegen Abraham gezegd: ‘Abraham, Ik ga jou een zoon geven. Deze zoon die Ik jou beloof, zal jouw erfgenaam worden’ (zie Genesis 15:1-6). Jaren gingen voorbij, en nog altijd waren Abraham en Sara kinderloos. Maar Sara bedacht een plan en zei tegen Abraham: ‘Abraham, we zijn kinderloos en ik kan geen kinderen
meer krijgen. Maar ik heb een idee. Neem mijn slavin Hagar en verwek bij haar een kind. Dan hebben we in ieder geval een erfgenaam.’ Abraham vond dit een goed idee. Hagar werd zwanger en baarde de eerstgeboren zoon van Abraham. Ze noemden hem Ismaël. Hij was echter niet de zoon die God aan Abraham en Sara beloofd had, want die zoon zou geboren worden uit Sara en niet uit Hagar. Ismaël kwam voort uit het idee van Abraham en Sara om voor een erfgenaam te zorgen, maar dit was zeker niet Gods plan.

Door een groot wonder werd Sara zwanger en baarde op negentigjarige leeftijd een zoon. Ze noemden hem Izaäk. Ismaël was de eerstgeborene die volgens traditie alles, inclusief het land Kanaän, zou erven. Maar Izaäk was de zoon van de belofte. God had namelijk in Genesis 17:15-16 gezegd: ‘Wat uw vrouw Sarai betreft, gij zult haar niet Sarai noemen, maar Sara zal haar naam zijn. En Ik zal haar zegenen, en ook zal Ik u uit haar een zoon schenken, ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal; koningen van volken zullen uit haar voortkomen.’ Ismaël en Izaäk waren beiden zonen van Abraham en ze groeiden samen op.

Men denkt: dat conflict in Jeruzalem is op te lossen, en iedereen begint zich ermee te bemoeien.

Izaäk is de zoon van de belofte

Op een dag ging Sara naar Abraham en zei: ‘Abraham, ik wil niet dat Ismaël, de zoon van mijn slavin, zal erven met mijn zoon Izaäk. Ik wil dat je Hagar en haar zoon Ismaël wegstuurt’ (zie Genesis 21:9-10). Abraham zag dit niet zitten, want hij hield ook van Ismaël, zijn eerstgeboren zoon. Maar toen zei God tegen Abraham: ‘Laat dit niet kwaad zijn in uw ogen, om de jongen en om uw slavin; in alles wat Sara tot u zegt, moet gij naar haar luisteren, want door Izaäk zal men van uw nageslacht spreken.’ Want door Izaäk zal men van uw nageslacht spreken! En dan zegt God daar nog achteraan: ‘Maar ook de zoon van de slavin zal Ik tot een volk stellen, omdat hij uw nakomeling is’ (Genesis 21:12-13).

Hoewel God Ismaël dus erkent als het nageslacht van Abraham, behoort de erfenis van het land Kanaän toe aan Izaäk en zijn nageslacht. Dit is wat de Bijbel zegt. Zo heeft God dit met Abraham afgesproken, duizenden jaren geleden. De belofte van dat stuk land rustte op de zoon die God aan Abraham en Sara beloofd had. Dat Abraham en Sara iets hadden bedacht om zelf voor een erfgenaam te zorgen, lag helemaal niet in lijn met Gods plan. Het was Gods plan om uiteindelijk door Abraham, Izaäk, Jakob en koning David, Zijn eigen Zoon, Jezus Christus, de Redder der wereld, geboren te laten worden. Omdat God Ismaël wel erkent als nakomeling van Zijn vriend Abraham, belooft Hij ook van Ismaël een groot volk te maken.

Conflict tussen de twee broers

Zeventig jaar na Christus werd Jeruzalem totaal verwoest. Toen vonden één miljoen Joden de dood. Vervolgens werden de Joden voor tweeduizend jaar over de hele wereld verstrooid. Toch heeft dit volk al die tijd zijn identiteit behouden. Rond 1900 keerden de eerste Joden terug naar dat beloofde land en kochten grote stukken woestijnland op van de Turken. Zo kwam dat land langzaam en legaal weer in de handen van de Joden, het nageslacht aan wie God dat land beloofd had. In 1948 riep David Ben-Gurion de staat Israël uit, met een eigen vlag, eigen grenzen en eigen geld. God begon dat land te zegenen. Het woestijnland werd vruchtbaar en kwam tot volle bloei. Steeds meer Joden keerden terug naar het land dat God hun gegeven had.
Maar de twee broers vechten vandaag nog altijd om de erfenis van hun vader Abraham. De wereldleiders zoeken naar een compromis om die twee broers op datzelfde stukje land te laten wonen. Hun onderhandelingen zijn ver gekomen, want in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever wonen de Palestijnen. Er is dus in het land al een beetje plaatsgemaakt. Maar de onderhandelingen lopen steeds stuk, omdat de Joden en de Palestijnen beiden aanspraak maken op Jeruzalem als hun hoofdstad, met voor de één een moskee en voor de ander een tempel.

Waarom is Jeruzalem zo belangrijk?

Waarom is Jeruzalem in dat Midden-Oostenconflict zo belangrijk? Jeruzalem is geen havenstad of metropool. Het is niet eens een grote stad. En toch is Jeruzalem dé stad die de wereldgeschiedenis bepaalt. Voor de Joden is Jeruzalem het hart van het land Israël dat God aan hun vader Abraham, Izaäk en Jakob onder ede heeft beloofd en gegeven. Uit alle delen van de wereld komen de Joden naar Jeruzalem om daar te bidden bij de heilige klaagmuur, die hen helemaal terugbrengt naar de grote tempel die daar eens stond. Voor moslims is Jeruzalem de heilige stad waar hun profeet Mohammed, zoals zij zeggen, ten hemel is gevaren. Daar bevindt zich de rotskoepel van de islam. Dus Jeruzalem is voor de moslims een van de heiligste plaatsen ter wereld. Voor de christenen is Jeruzalem de stad waar Jezus Christus als twaalfjarige jongen de kerkleiders onderwees in de tempel. Het is de stad waar Jezus, net buiten de muren van Jeruzalem, gekruisigd werd op Golgotha. Het is de stad waar Hij werd begraven, de stad waar Hij is opgestaan, de stad waar Hij ten hemel is gevaren en de stad, waar Hij, zoals Hij beloofd heeft, zal wederkomen. Jeruzalem is dus voor de Joden, de moslims en de christenen een ongelooflijk belangrijke stad.

Maar er is nog meer. In Psalm 132:13-14 staat: ‘Want de HERE heeft Sion (Jeruzalem) verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd.’ Jeruzalem is dus de stad die God heeft uitgekozen om in te wonen.

Jeruzalem is de ondeelbare stad van de levende God

Jeruzalem heeft vele hoogte- en dieptepunten in zijn bestaan gekend. Jeruzalem is dikwijls verwoest, maar is altijd weer herbouwd. God heeft over Jeruzalem gezegd: ‘Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen’ (Zacharia 12:2-3). Alle landen krijgen met Jeruzalem te maken. Men denkt: dat conflict in Jeruzalem is op te lossen, en iedereen begint zich ermee te bemoeien. Maar zodra ze de steen, Jeruzalem, optillen, vertillen ze zich met alle gevolgen van dien. Al de wereldleiders maken een fout als ze denken dat ze het conflict in Israël zomaar kunnen oplossen met diplomatieke besprekingen, want Jeruzalem is niet een stad van een mens. Het is de stad van de levende God. Hij heeft Jeruzalem uitgekozen als Zijn stad, Zijn woning.

Laten we nog even kijken naar het gesprek tussen God en Abraham: ‘En Abraham zeide tot God: Och, mocht Ismaël voor uw aangezicht leven! Maar God zeide: Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Izaäk noemen, en Ik zal mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond, voor zijn nageslacht. En wat Ismaël betreft, Ik heb u verhoord; zie, Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar doen zijn en uitermate talrijk maken; twaalf vorsten zal hij verwekken, en Ik zal hem tot een groot volk stellen. Maar mijn verbond zal Ik oprichten met Izaäk, die Sara u op deze zelfde tijd in het volgend jaar baren zal’ (Genesis 17:18-21). God Zelf heeft gesproken. Als God eenmaal gesproken heeft, kun je dat als mens niet zomaar veranderen, hoe graag je dat ook wilt. Jeruzalem kun je dus niet zomaar opdelen tussen deze twee broers, wat men vandaag uit alle macht probeert te doen. Jeruzalem is de ondeelbare stad van de levende God Zelf. Deze stad heeft God gegeven aan Abraham, Izaäk en Jakob en zijn nageslacht. God heeft het hun als een eeuwigdurend bezit gegeven, ook vandaag. Er is vandaag niets veranderd aan dat wat God gesproken heeft.

Een onoplosbaar conflict

De Bijbel leert ons dat dit conflict onoplosbaar is. Het zal nooit lukken om deze twee broers op datzelfde stukje land in vrede te laten leven, en al helemaal niet om Jeruzalem op te delen tussen hen. En toch, zegt de Bijbel, zal er op een zeker moment een soort compromis worden gesloten, waardoor het eindelijk vrede lijkt. ‘Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen’ (1 Thessalonicenzen 5:3). Het is slechts een stilte voor de gigantische storm die zal komen. In groten getale zal men vanuit de hele wereld optrekken naar Jeruzalem om een einde aan dat eeuwenoude conflict te maken. En dan, als iedereen op het punt staat aan te vallen, komt God. En wat er dan gebeurt… dat kunt u lezen in mijn boek ‘Wereldschokkende gebeurtenissen’.

Delen.

Comments are closed.

X