zondag, augustus 18 EN | BR

Zo ervaar ik steeds weer: als ik het goede wil doen, kan ik het niet laten het slechte te doen. In mijn diepste wezen wil ik heel graag doen wat Gods wet van mij vraagt. Maar ik zie dat mijn doen en laten daarmee volledig in tegenspraak is. Wat mijn verstand wil en mijn lichaam doet, is altijd in strijd met elkaar. De zonde leeft in mijn lichaam. – Romeinen 7:21-23

Veel mensen hebben moeite met bidden, omdat ze strijd hebben. Je wilt gaan bidden, de Bijbel lezen, naar de samenkomst gaan. Je wilt God gehoorzamen en Hem volgen. Dan lijkt het wel alsof er een strijd losbarst. Het lijkt wel of het licht en de duisternis in je binnenste strijd voeren en je weet niet meer wat je moet doen. Je had zo’n behoefte om bovenstaande dingen te doen, maar het is net alsof de boze je allerlei verkeerde dingen influistert. Je stond vanmorgen op met de beste voornemens, en een paar uur later liggen ze allemaal in duigen.

De strijd tussen twee naturen

Er was een tijd dat ook de grote apostel Paulus hier last van had. ‘Hoewel ik het goede wil, doe ik het niet. In plaats daarvan doe ik het slechte en dat wil ik nu juist niet’ (Romeinen 7:19). Er is een wet van het vlees die je naar beneden zuigt en een wet van de Geest die je naar boven trekt.

Het betekent dat er nog twee naturen in je leven werkzaam zijn. Het betekent dat de ‘oude mens’ nog niet gestorven is. Het betekent dat het proces van Golgotha nog niet in je heeft plaatsgevonden. Je oude leven leeft nog te sterk. Er moet een einde komen aan deze strijd in je leven en Jezus wil je daarbij helpen. Je moet van Romeinen 7 naar Romeinen 8 gaan, dat begint met: ‘Het is duidelijk dat mensen die van Christus Jezus zijn, niet veroordeeld zullen worden.’ Alleen mensen die in dat nieuwe, verloste leven van Romeinen 8 willen leven, kunnen echte bidders en voorbidders zijn. Laat dan ook dat oude leven sterven, zoals de tarwekorrel eerst moet sterven, als het vrucht wil voortbrengen.

Delen.

Comments are closed.

X