woensdag, november 20 EN | BR

De ketting van God – David Maasbach

De Bijbel zegt in Richteren 6:14: ”Toen zei de Here tegen hem: ‘Ik zal u sterk maken, ga dus en verlos Israël uit de macht van de Midjanieten! Ik geef u deze opdracht.”

De Midjanieten beroofden Gods volk niet alleen van hun vrijheid, maar ook telkens weer van hun oogst, hun voedsel. En nu zocht God een man aan wie Hij Zijn Geest kon geven om Zijn volk te bevrijden. En God vond die man. Hij heette Gideon. Gideon was nog een jongeman! Hij was verlegen en teruggetrokken en juist bezig tarwe te kloppen in een kuip waarin gewoonlijk druiven tot sap worden platgestampt. En terwijl Gideon hiermee bezig is, vraagt hij zich telkens maar af: waarom toch, Here? En dan komt God met het antwoord!

Richteren 6:14
Toen zei de Here tegen hem: ‘Ik zal u sterk maken, ga dus en verlos Israël uit de macht van de Midjanieten! Ik geef u deze opdracht.’
Richteren 7:2-8
2 De Here zei tegen Gideon: ‘Uw leger is te groot! Ik wil u niet allemaal tegen de Midjanieten laten vechten, want anders zouden de Israëlieten weleens de eer van de overwinning voor zichzelf kunnen opeisen en denken dat zij zichzelf hebben bevrijd! Zeg maar tegen het volk: 3 “Wie bang is, mag naar huis gaan.” ’Toen gingen tweeëntwintigduizend mannen naar huis terug en er bleven slechts tienduizend over die bereid waren te vechten. 4 Maar de Here zei tegen Gideon: ‘Het zijn er nog steeds te veel! Laat hen naar het water gaan en daar zal Ik u laten zien wie met u zal meegaan en wie niet.’ 5 Toen ging Gideon met zijn mannen naar het water en de Here zei tegen hem: ‘Verdeel hen in twee groepen op grond van de manier waarop zij water drinken. De ene groep zijn de mannen die het opslurpen als een hond. Tot de andere groep behoort ieder die op de knieën gaat liggen om direct met zijn mond uit het water te drinken.’ 6 Slechts driehonderd mannen dronken uit hun handen, alle anderen dronken geknield met hun mond uit het water. 7 ‘Ik zal de Midjanieten verslaan met deze driehonderd man!’ zei de Here tegen Gideon. ‘Stuur alle anderen naar huis.’ 8 Nadat Gideon al het voedsel en horens die zij bij zich hadden had verzameld, stuurde hij hen naar huis, alleen de driehonderd mannen bleven bij hem achter.
Richteren 7:19-22
19 Het was juist na middernacht en de wacht was net afgelost, toen Gideon en zijn honderd mannen naar de buitenste rand van het Midjanitische kamp slopen. Plotseling bliezen zij op hun horens en braken de kruiken stuk, zodat hun fakkels hoog opvlamden in de nacht. 20 De andere tweehonderd mannen deden hetzelfde, bliezen op de horens in hun rechterhand en hielden de brandende fakkels in hun linkerhand. ‘Voor de Here en voor Gideon!’ schreeuwden ze allemaal. 21 Ze bleven gewoon rond het kamp op hun plaats staan en zagen hoe het reusachtige vijandelijke leger in paniek raakte. Iedereen rende door elkaar en luid schreeuwend sloegen zij op de vlucht. 22 Hoewel de driehonderd mannen niets anders deden dan op de horens blazen, liet de Here in de verwarring de mannen in het kamp elkaar met het zwaard te lijf gaan, ze vluchtten de nacht in.
Markus 16:15
‘Trek de wereld in,’ zei Hij tegen hen, ‘en vertel aan de hele schepping het goede nieuws over Mij.

Lees mee met boodschappen die David Maasbach brengt in uw eigen Blessing Bijbel.

Delen.

Comments are closed.

X