woensdag, november 22 EN | BR

‘In mijn diepste wezen wil ik heel graag doen wat Gods wet van mij vraagt. Maar ik zie dat mijn doen en laten daarmee volledig in tegenspraak is. Wat mijn verstand wil en mijn lichaam doet, is altijd in strijd met elkaar. De zonde leeft in mijn lichaam.’ – Romeinen 7:22-23

Hier zegt Paulus dat we als kinderen van God een regerende kracht in ons hebben die hij ons ‘diepste wezen’ noemt. Het is de Heilige Geest, de kracht van God. En die kracht binnen in ons houdt ervan Gods wet- ten en geboden te onderhouden. De nieuwe mens wil heel graag doen wat Gods wet zegt. De nieuwe mens, met zijn nieuwe natuur, is uit God geboren. De nieuwe mens kan en wil niet zondigen. Deze nieuwe na- tuur ontvang je als je je tot God bekeert en daardoor wederomgeboren wordt. Deze nieuwe natuur eist dat de oude natuur naar haar luistert. Dat is een strijd in dat kleine koninkrijkje van onze ziel met een rege- ring en een troon. De nieuwe natuur zal nooit proberen de wetten van God te overtreden of ze te verdraaien, zodat het tóch mogelijk is een compromis te maken. Die nieuwe natuur zal het altijd eens zijn met het Woord van God als het gaat om goed of slecht, waarheid of leugen. De oude mens, het lichaam, verlangt te eten, te drinken en wil alleen maar bevredigd worden. Maar dat is niet blijvend, want na het eten komt weer nieuwe honger enz. De nieuwe natuur moet echter kunnen zeg- gen: ‘Nee, ik geef mij niet over aan menselijke verlangens.’ De nieuwe natuur zegt: ‘Bevrijd mij, verlos mij, reinig mij’, want de nieuwe natuur wil luisteren naar de wetten van God. Binnenin botst dat, want die oude natuur neemt het niet zo nauw met de zonde. Het is een titanenstrijd in je leven: vlees tegen geest. Wanneer zal die strijd afgelopen zijn? Die zal pas ophouden als we Jezus ontmoeten bij Zijn wederkomst of als ons leven op aarde eindigt. Paulus zegt: ‘Wat ben ik er ellendig aan toe! Wie zal mij verlossen uit deze vreselijke macht van de dood? Ik dank God dat er een uitweg is door Jezus Christus, onze Here!’ (Romeinen 7:24-25). Tot het zover is, zullen we Gods genade nodig hebben.

Delen.

Comments are closed.