zondag, december 16 EN | BR

‘Vrienden, het verlangen van mijn hart en mijn gebed tot God is dat het Joodse volk gered mag worden. Ik weet dat zij met veel toewijding God dienen, maar zij missen het juiste inzicht. Zij begrijpen niet dat Christus gestorven is om het tussen God en hen goed te maken. In plaats daarvan proberen zij door goed te leven Gods gunst te winnen en voegen ze zich niet naar de manier waarop God dat zou willen.’ – Romeinen 10:1-3

Het is goed om als kind van God een heilig verlangen te hebben naar de redding van de ziel van mensen van welk ras, cultuur, kleur of aard dan ook. Ja, zelfs van mensen die ons slecht behandeld hebben. Je mag ze nooit een of andere ziekte toewensen of zeggen: ‘Loop naar de hel’, want de hel is een verschrikkelijke plaats. Jezus heeft zelfs gezegd dat we, als ons oog ons tot verkeerde dingen brengt, het moeten uitrukken, want het is beter één lichaamsdeel kwijt te raken, dan met ons hele lichaam in de hel te worden gegooid (zie Mattheüs 5:29).

Overal waar de apostel Paulus kwam, waren er mensen tegen hem. Sommigen wilden hem stenigen of in de gevangenis gooien. Vooral van de Joden had hij veel te verduren. Hij bad echter voor hen. Hij wilde zo graag dat ze gered zouden worden, ook al werd hij slecht behandeld. Dit is de juiste houding voor u en mij als christen tegenover hen die ons slecht behandelen. Wij horen voor zulke mensen te bidden, zodat ze tot bekering zullen komen.

Waarom lagen de Joden Paulus zo na aan het hart? Omdat ze ijverig voor God bezig waren. Ze waren toegewijd en heel religieus. Heel hun leven was daarmee vervuld. Alleen de weg waarop zij wandelden, was niet de goede weg. Ze hadden ijver voor God, maar zonder verstand. Veel van dat soort mensen heb je vandaag ook. Je hebt bewondering voor ze als je ziet wat ze allemaal doen. Ze zijn ijverig en werken hard. Ze dienen God met veel toewijding, maar zij missen het juiste inzicht.’

Delen.

Comments are closed.

X