vrijdag, oktober 2 EN | BR

Ik wil niet dat mijn zoon Isaak de erfenis deelt met de zoon (Ismaël) van een slavin. – Genesis 21:10

Jeruzalem is altijd een grote oorlogsarena geweest en dat zal altijd zo blijven. Jeruzalem is ook vandaag nog een erg belangrijke stad. De stad waarover in de grote oorlog gevochten zal worden. Het gaat in deze oorlog in het bijzonder over de heerschappij over de stad. De boze wil Jeruzalem hebben en zal er alles aan doen om de stad van God in handen te krijgen. Eén ding staat echter vast: Jeruzalem is een eeuwige erfenis van het Joodse volk. En de boze zal haar nooit krijgen.

Een eeuwig erfdeel

In Genesis 17:7-8 is al te lezen dat God tot Abraham zegt: ’Dit verbond zal overgaan op elke nieuwe generatie, voor altijd. Ook voor uw kin- deren en hun kinderen zal Ik een God zijn. Het land Kanaän zal voor altijd van u en uw nakomelingen zijn. En Ik zal uw God zijn.’ Voor altijd betekent ook vandaag! Vele eeuwen geleden heeft God het land Kanaän persoonlijk aan Zijn vriend Abraham gegeven tot een eeuwigdurend bezit. Hiervan is vandaag maar een klein strookje in bezit van Israël. Aan Gods belofte was geen voorwaarde verbonden. Het is een eeuwig erfdeel.

Wie heeft dus het recht op Jeruzalem?

In Genesis 21:10 staat dat Sara tegen Abraham zegt: ’Ik wil niet dat mijn zoon Isaak de erfenis deelt met de zoon (Ismaël) van een slavin (Hagar).’ Ismaël was ook Abrahams zoon en op Gods bevel moest hij hem wegsturen. ’Alleen Isaaks kinderen zullen uw nakomelingen genoemd worden’ (Genesis 21:12).

We moeten achter dit alles de geestelijke achtergrond zien, want uit Isaak, de zoon van de belofte, is Jezus Christus geboren. Daarom heeft de boze zo’n hekel aan het volk Israël. Als het gaat om dat stukje land, als het gaat om het volk Israël, heeft God te maken met Isaak en zijn nakomelingen. Gods Woord is ook vandaag nog van kracht. Mensen kunnen een verbond breken, maar niet de almachtige God.

Delen.

Comments are closed.

X