zondag, december 16 EN | BR

‘Zodra Jezus de stad zag liggen, begon Hij te huilen.’ – Lucas 19:41

We lezen hier dat de Here Jezus voor de laatste keer de stad Jeruzalem nadert, terwijl Hij op een veulen reed. Voordat Hij aan het kruis zou sterven voor de zonden van de mens, brengt elke stap Hem dichterbij en komen mensen op de been om Hem te welkom te heten. Ze zwaaien met palmtakken. Ze spreiden hun jassen uit op de weg en zingen: ‘Hosanna. Hosanna. Gezegend is de Koning. Hij die komt in de naam van de Here!’ De mensen dachten dat Jezus kwam om koning te worden en dat Hij hen zou bevrijden van de Romeinen. Niemand had verwacht dat Jezus, op weg naar Jeruzalem, terwijl zij allemaal zo blij waren, zou gaan huilen.

De Farizeeërs zeiden tegen Jezus: ‘Meester, zeg dat zij hun mond houden’, en Hij antwoordde: ‘Als zij hun mond houden, zullen de stenen gaan roepen!’ In vers 41-42 lezen wij: ‘Zodra Jezus de stad zag liggen, begon Hij te huilen. Hij zei: Jeruzalem! Kon juist u vandaag maar inzien wat er nodig is voor vrede, maar u ziet het niet.’

Een huilende God is in de ogen van een ongelovige ondenkbaar. Waarom huilde Hij? Het was vanwege de hardheid van hun harten. Want niet lang daarna zouden deze juichende mensen roepen: ‘Kruisigen! U moet Hem kruisigen!’

Het is vanwege de hardheid, het ongeloof, dat de Here Jezus zegt in Mattheüs 23:37: ‘Hoe vaak heb Ik uw kinderen bij elkaar willen brengen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels bijeenbrengt. Maar u hebt het niet gewild!’ Dit waren de mensen om wie Jezus moest huilen. Ondanks alle wonderen die Hij bij hen had gedaan, hadden zij hun harten verhard. En Jezus wist welke hoge prijs ze zouden gaan betalen. ‘Straks zullen uw vijanden u belegeren, u omsingelen en van alle kanten tegen u opdringen’ (Lucas 19:43).

Hoe kunnen wij ontsnappen aan Gods oordeel als ons hart zich verhardt? God huilt ook vandaag, omdat velen niet meer in Hem geloven.

Delen.

Comments are closed.

X