zaterdag, mei 25 EN | BR

‘Ik bid dat de God van de vrede, die de Here Jezus, onze grote Herder, door het bloed van het eeuwige verbond uit de dood heeft laten opstaan, u alles zal geven wat nodig is om zijn wil te doen. Dat Hij ons zó zal maken dat Hij, door Jezus Christus, tevreden over ons kan zijn. Aan Jezus Christus komt voor altijd en eeuwig alle eer toe. Amen.’ – Hebreeën 13:20-21

Als het goed is zal elk kind van God zeggen: ‘Ik wil de wil van God in mijn leven doen en volbrengen.’ Toch zijn er heel wat van Gods kinderen die de wil van God alleen maar zien als iets wat door God van bovenaf wordt opgelegd. Ze zien het als een soort last en plicht. Ik geloof, net als u, dat de wil van God een heel belangrijke plaats in ons leven inneemt. Alleen is er een groot verschil tussen de onderwerping aan Gods wil en … de omarming van Zijn wil. Onderwerping is zeker niet verkeerd, maar toch heeft het iets van discipline of straf. Hoe droevig is het als Gods kinderen de wil van God op deze manier zien, ervaren en doen. Ze zien God als iemand die Zijn wil oplegt door wetten en geboden. En als je daaraan niet gehoorzaam bent, dan zwaait er wat!

Onze Redder is echter juist genadig en barmhartig en vol van goedheid. Wanneer een kind van God de glorie en heerlijkheid ervaart van het in de perfecte wil van God zijn, omarmt hij deze wil in volle vrede, blijdschap en dankbaarheid. Want in het doen van Gods wil ligt onze kracht. Omarmen betekent ‘met graagte accepteren’. Je omhelst de wil van God. Je drukt hem tegen je aan. Het is een uitdrukking van vriend- schap en liefde. De échte wil van God kunnen we echter alleen maar omarmen zoals Jezus deed in de hof van Gethsemane. Je kunt nooit de wil van God omarmen en doen, als niet eerst je eigen wil sterft! En dat kan heel pijnlijk zijn. Er komt een dag dat we moeten kiezen en beslissen: óf onze eigen wil te doen, óf de wil van God.

Delen.

Comments are closed.

X