maandag, april 19 EN | BR

‘We zijn er bijna onderdoor gegaan en waren bang het niet te overleven.’ 2 Korinthiërs 1:8

Paulus was een man die God liefhad. Hij wilde niets liever dan Jezus verhogen. Toch had deze dienstknecht van God vaak in zijn leven te maken met lijden. Hij zegt in 2 Korinthiërs 4:8-10: ‘Wij worden van alle kanten bestookt, maar zitten niet in het nauw. Wij krijgen veel moeilijkheden te verduren, maar worden niet wanhopig. Wij worden vervolgd, maar God laat ons niet in de steek. Wij worden neergeslagen, maar staan telkens weer op. Omdat wij dagelijks ons leven voor Jezus inzetten, ervaren wij in ons lichaam het sterven van Jezus en zo komt ook het leven van Jezus in ons tot uiting.’ Ook 2 Korinthiërs 11:24-28 laat ons zien welke bovenmenselijke dingen Paulus heeft meegemaakt. Zijn leven was boordevol lijden. U hebt misschien ook wel eens naar God geroepen en gezegd: ‘Here, waarom?’ Paulus leert ons iets van het waarom. Als wij lijden, kunnen wij bewogenheid hebben voor mensen die ook door diezelfde dingen heen gaan. In 2 Korinthiërs 1:3-6 spreekt Paulus over de God van vertroosting die ons troost in al onze druk, zodat wij hen, die het moeilijk hebben, kunnen troosten en bemoedigen met de troost waarmee wijzelf door God vertroost worden.

Als ik diep in mijn hart pijn heb, ga ik niet naar de psychiater of lees ik geen doe-het-zelfboek, maar dan ga ik tot Hem die gezegd heeft: ‘Kom tot Mij.’ En als ik dan ook nog naar een broeder of zuster toe kan gaan die zélf geleden heeft, maar door het geloof er weer helemaal bovenop gekomen is, dan word ik versterkt en getroost.

Zulke mensen hebben veel begrip en liefde die ze zelf hebben ontvangen in hun donkerste uren. Het lijden produceert een rijkdom aan kennis van God! Een ander doel van het lijden is dat je leert nooit op jezelf te vertrouwen, maar op God. Leg uzelf in Gods handen. Hij zal u nooit in de steek laten!

Delen.

Comments are closed.

X