zondag, augustus 9 EN | BR

‘Ik zal jullie niet als ouderloze kinderen achterlaten. Ik kom bij jullie terug.’ – Johannes 14:18

De Here Jezus stond op het punt om Zijn discipelen te verlaten om op Golgotha te sterven aan het kruis en daarna naar de hemel, naar de Vader, te gaan. In die tijd van afwezigheid voelden de discipelen zich net als kinderen zonder vader en moeder, want tijdens de drie jaren dat ze met Jezus omgingen, zorgde Hij goed voor hen. Hij loste hun problemen op, gaf antwoord op hun vragen, leerde hun wijze lessen. Ze voelden zich altijd veilig bij Hem. Nu Hij op het punt stond hen te verlaten, kende Hij hun gevoelens, want Hij kende hun hart. Hij wist welke pijn ze moesten doormaken als Hij hen verliet.

Voordat ze die pijn zouden gaan voelen, komt Hij hen tegemoet en troost Hij hen met de woorden: ‘Ik zal jullie niet als ouderloze kinderen achterlaten. Ik kom bij jullie terug.’ Met andere woorden: ‘Ik zal jullie niet alleen laten in deze verschrikkelijke wereld. Ik kan echter niet anders. Ik moet jullie verlaten. Maar wees niet bang: Ik kom bij jullie terug in de Heilige Geest. Dat is veel beter dan dat Ik bij jullie blijf in het vlees. Nee, Ik laat jullie niet alleen. Wees maar niet bang.’

Een wees is een kind dat geen ouders meer heeft. Papa en mama zijn overleden. Een wees is iemand die alleen is achtergelaten. Geen liefdevolle handen van papa om je te helpen een klusje te klaren; geen liefdevolle ogen van mama waarin het kind de liefde en de warmte voelt.

Ik ben geen weeskind. Jezus heeft mij niet alleen achtergelaten. Hij is opgestaan en Hij is bij mij teruggekomen door de Heilige Geest. Het feit dat Hij in mij woont, is veel meer waard dan dat Hij lichamelijk bij ons zou zijn. Iedereen over de hele wereld kan nu bij Hem komen. Iedereen over de hele wereld kan nu met Hem praten. Hij is overal, ook binnen in u. Hij kan overal door Zijn Heilige Geest wonderen doen … ook voor u!

Delen.

Comments are closed.

X