dinsdag, december 1 EN | BR

‘Jezus antwoordde: Mijn voeding is het doen van de wil van God, die Mij gezonden heeft, en het volbrengen van zijn werk.’ – Johannes 4:34

Het woordenboek Van Dale zegt dat de wil het menselijk vermogen is bewust te streven, bewust te verlangen, bewust te wensen naar iets. God, die ons geschapen heeft, schiep de mens met een wil. God heeft de kracht om iets te willen, te wensen, te verlangen, in ons gelegd. Jezus zei in Johannes 5:30: ‘Ik kan niets uit Mijzelf doen. Ik oordeel zoals God het Mij zegt. Mijn oordeel is eerlijk en rechtvaardig. Het gaat Mij niet om wat Ik wil (Jezus had dus een wil) maar om wat God wil, want Hij heeft Mij gestuurd.’ Jezus kende de wil van God. Hij wist dat Hij aan het kruis moest sterven.

In de hof van Gethsemane was dat cruciale moment, dat de wil van Jezus op de proef werd gesteld. Hij moest daar de keuze maken om Zijn wil te doen of de wil van de Vader. En dan zegt Jezus: ‘Wat U wilt zal gebeuren en niet wat Ik wil.’ Lieve broeders en zusters, ik verlang ernaar diezelfde wilskracht in mijn leven te hebben, die Jezus had om de wil van de Vader te doen. U bent geschapen met een wil waarmee u beslissingen kunt nemen. Dat heeft God in u gelegd.

De mens heeft de keuze om het kwade of het goede te doen. God wil dat het menselijk ras vrijwillig voor Hem kiest om Zijn wil te doen. Laat die wil, die Hij u gegeven heeft, niet vernietigd, vervuild of verbroken worden, zodat u niet langer Gods wil kunt doen. Gods wens is dat u een vrije keuze maakt om te willen wat Hij wil en Hem te gehoorzamen uit liefde.

In de hof van Eden maakte de eerste Adam de fatale keuze om niet Gods wil te doen. In de hof van Gethsemane maakte de tweede Adam de juiste keuze. Door Gods wil te doen, kunnen wij allen gered worden.

Delen.

Comments are closed.

X