woensdag, november 22 EN | BR

‘Gelukkig zijn de mensen die Hem dienen en zijn woord bewaren in hun hart.’ – Psalm 119:2

Een afgeleid hart kan ons zo vaak in de weg staan bij het bidden. Het kan ons bidden zelfs onmogelijk maken. Met andere woorden: We hebben een heilig verlangen om tot God te gaan. We zonderen ons af. En op het moment dat we willen bidden, als we met God in contact willen komen, horen we de baby huilen; begint de hond te blaffen; gaat de deurbel, begint de telefoon te rinkelen. En zo is het soms absoluut onmogelijk om onze aandacht bij het gebed te houden. Ineens schieten gedachten door ons hoofd: O ja, ze komen om het gas en licht op te nemen. O ja, opa en oma komen langs. Ik moet nog aardappelen schillen en groenten schoonmaken. Nu heb ik allerlei dingen opgenoemd die op zichzelf onschuldig zijn. Ik kan echter nog andere dingen noemen: lelijke, onheilige gedachten die voortkomen uit een zondig hart, of een gebrek aan diepgang in uw denken. ‘Hoe komt het toch?’ vraagt men zich af. ‘Waarom ben ik zo verward in mijn denken?’ Veel christenen zeggen: ‘Wel, ik ben nu een- maal zo. Er valt niets aan te doen.’ Het probleem is echter ongeloof. We moeten ons er niet bij neerleggen, maar er juist iets aan doen. Er zijn veel oorzaken waardoor men wordt afgeleid. We zijn verbonden met God, maar tegelijkertijd met deze wereld. We dienen twee heren. We putten uit twee verschillende bronnen; drinken uit twee bekers. We zijn er niet serieus mee bezig. We zijn niet geconcentreerd op God enz. Vindt u het gek dat God zegt: ‘Deze mensen eren God met de mond, maar in hun hart moeten ze niets van Hem hebben’ (Mattheüs 15:8)? We moeten Gods tegenwoordigheid zoeken om ervan te genieten. Afleiding kun je overwinnen door Hem aan te roepen en de hulp van de Heilige Geest te vragen. Hij zal maar al te graag naar u luisteren om u te helpen.

Delen.

Comments are closed.