Dagelijkse bemoediging

30 april 2017

Het geheim van Gods onbegrensde voorzieningen

‘De HERE zei tegen hem (Elia): Ga naar het dorp Sarfath … Daar woont een weduwe die u zal verzorgen. Ik heb haar daarvoor opdracht gegeven.’ – 1 Koningen 17:8-9

Elia ging op het Woord van de Here naar Sarfath. Toen hij bij de stadspoort kwam, was daar een weduwe bezig hout te sprokkelen. Hij vroeg haar om een beker water. Toen zij het ging halen, riep hij haar na en zei: ‘Neem ook wat brood mee, als u wilt.’ Daarop zei ze: ‘Ik zweer bij de HERE, uw God, dat ik geen kruimeltje brood in huis heb. Alles wat ik nog heb, is een handvol meel en een klein bodempje olie. Ik heb net wat hout gesprokkeld om voor de laatste keer een maaltijd te kunnen maken. Daarna zullen mijn zoon en ik sterven van de honger’ (1 Koningen 17:12). De weduwe aarzelde te doen wat Elia vroeg, omdat ze zelf maar een zielig beetje had. Haar voorraad was uitgeput.

Waarom denkt u dat God Zijn dienstknecht naar haar toestuurde met de woorden: ‘Deel met mij wat je hebt voor de zaak van het evangelie’? Elia was daar gekomen met een woord van God en als zij daaraan zou gehoorzamen, zou ze een wonder ontvangen en zou haar leven veranderen. De weduwe had al haar hoop reeds opgegeven en al plannen gemaakt voor haar begrafenis. Maar plotseling verscheen daar Gods dienstknecht op haar weg die haar wat vroeg waarvan ze schrok. Elia zei echter: ‘Wees maar niet bang. Maak die laatste maaltijd van u maar klaar, maar bak eerst wat brood voor mij’ (vers 13).

De sleutel van alle zegeningen vinden we in dat kleine woordje ‘eerst’. Het leek wreed wat Elia zei, maar hij wist dat de weduwe de eerste stap moest doen. Het geloof in haar hart groeide en ze besloot God te gehoorzamen. Deze vrouw zag een heel nieuwe wereld … een wereld van Gods onbegrensde voorzieningen. Zijn wonderlijke, scheppende kracht kwam in haar meelvat en raakte de olie in de kruik aan. Gods principe voor de mens om te ontvangen is altijd eerst geven.