Dagelijkse bemoediging

23 juni 2017

In het begin – God

‘In het begin maakte God de hemelen en de aarde.’ – Genesis 1:1

Christenen hebben, net als Gods uitgekozen volk Israël, aparte wetten en gewoonten. Ze hebben andere gedachten en aanbidden geen houten of stenen goden, maar zij aanbidden de God van Israël, de God van Abraham, Isaak en Jakob. Zij geloven dat God de Schepper is van hemel en aarde en ook van de mens. Als we de geschiedenis van Israël lezen, dan zien wij dat God dit volk apart had gezet en dat ze niets te maken hadden met de gewoonten van de heidenen rondom hen. Op hun beurt begrepen de heidenen niets van hun gewoonten. Heidenen houden zich bezig met toverij, waarzeggerij, het raadplegen van de geesten van doden enz. Een christen hoort, net als de Joden, bij een apart volk.

Wij zijn ‘vreemdelingen’ hier op aarde. Wij geloven waarmee het eerste boek van de Bijbel begint: ‘In het begin maakte God de hemelen en de aarde’ (Genesis 1:1). ‘God schiep daarop de mens als zijn evenbeeld’ (Genesis 1:27). God schiep alles door Zijn Woord. En Jezus is het vleesgeworden Woord van God. Er is beslist geen andere weg om God te vinden dan door Jezus.

Nog altijd geloven mensen dat wij van de aap zijn geëvolueerd. Wij die in God geloven, weten beter. Misschien vraagt u: ‘Waar zijn de bewijzen en feiten van de Bijbelse theorie?’ O, er zijn veel meer bewijzen dat God de waarheid spreekt dan alle bewijzen waarmee de wetenschap haar theorie probeert aan te tonen. De theorie van de ‘big bang’ kan ook alleen maar in geloof aangenomen worden. Psalm 53:2 zegt: ‘Dwaze mensen denken dat God niet bestaat.’ Als je de natuur bekijkt en als je alleen al beseft hoe je lichaam in elkaar zit, dan weet je dat er een geweldige Architect moet bestaan, en dat is God! Geen enkele geleerde durft te zeggen dat hun theorieën onbetwistbaar zijn. Zo is het niet met de Bijbel. Het scheppingsverhaal is nog steeds reëel en onveranderd. We zijn geschapen naar Gods evenbeeld en zijn ook geestelijk met Hem verbonden. Zelfs mijn verstand zegt: ‘Er moet, er moet, er moet een Schepper zijn!’