Dagelijkse bemoediging

24 april 2017

Genesis

‘In het begin maakte God de hemelen en de aarde. De aarde was woest en leeg en over de watermassa lag een diepe duisternis. Maar de Geest van God zweefde boven de watermassa.’ – Genesis 1:1-2

Het eerste boek van de Bijbel, het boek Genesis, spreekt over het ontstaan van dingen, de schepping. Het boek Genesis begint met de stem van de Almachtige God. Hij heeft door Zijn machtige Woord de schepping tot stand gebracht. De Bijbel zegt dat Hij spreekt en het is daar; Hij beveelt en het staat er. Veel theologen die niets van de geestelijke dingen begrijpen, strijden nog steeds tegen de grote waarheden van het boek Genesis. Filosofen verzinnen allerlei theorieën en keren zich tegen het scheppingsverhaal. Humanisten ontkennen het scheppingsverhaal. Dat is allemaal omdat de boze de grote waarheid haat dat God de Schepper van hemel en aarde is.

De belangrijkste informatie over de mens en deze wereld vinden we namelijk in Genesis. Wat dacht u van:
– De schepping van de mens;
– De opstand van de mens tegenover God;
– De grote zondvloed waarbij ieder levend schepsel, behalve degene die in de ark waren, zijn omgekomen;
– De toren van Babel en het ontstaan van allerlei talen;
– De grote belofte dat uit het nageslacht van Abraham de Verlosser, Jezus Christus, geboren zou worden.

Er zijn geleerden die zeggen dat door de grote big bang – een grote explosie – het heelal is ontstaan. Men zegt dat het leven is ontstaan uit een oerslijmpje. Men noemt dat zo mooi: de evolutieleer. Apen werden mensen enz. Als christen, als kind van God, kun je maar één ding belijden: God is mijn Schepper! Wat de wereld doet en gelooft, is niet onze zaak. Je kunt echter geen christen zijn en de evolutieleer aanhangen. Wij moeten onze kinderen inprenten dat dat een leugen is en dat God hemel en aarde geschapen heeft.